|
Satsangfragment Dit fragment zal zo nu en dan vernieuwd worden.
O
In dit onmiskenbaar eenvoudige zien, ben je er niet meer op uit om jezelf te veranderen of te verbeteren, doodeenvoudig, omdat er niemand is.
V. Regelmatig zeg je, je bent dit. Kun je dit nader uitleggen, het is mij niet helder wat je daarmee bedoelt. Ik kan mij voorstellen, dat wanneer ik nu aan de andere kant van de wereld zou zijn, ik anders zou zijn dan nu, hier. JK. Er is nooit iets anders dan dit. Dat is een openbaar mysterie, een absoluut wonder. V. Je bedoelt alles wat er is, nooit anders dan alles wat... V. Maar dat klinkt een beetje raar, want morgen in de krant blijkt, dat we hier zitten er ergens in de wereld weer wat gebeurd is. Er is alleen dit functioneren: dit functioneren wat nu lijkt plaats te vinden, is uitdrukking van dit onmiskenbare, tijdloze stil zijn, dat jij bent. Dit is uitdrukking van de stilte. Er is niets buiten dit, wat er nu is. Eén grote leegte... Waar je ook zoekt. Dit drijft bij wijze van spreken in de leegte. V. Maar als je het over realisatie hebt en ik jouw beschrijving van dit verhaal hoor, denk ik dat wanneer je die ervaring hebt, [dat] je kunt zeggen dat je gerealiseerd bent. Met mijn ervaring daarentegen is dat niet het geval. JK. Jouw ervaringen zijn niet verschillend van de mijne. Ervaringen komen en gaan. Ervaringen veronderstellen doorgaans een iemand die ervaringen heeft. Zie dat ervaringen komen en gaan zoals geluiden komen en gaan. Zoals het borrelen in je buik als je kool gegeten hebt. Zie dat dit alles plaatsvindt zonder dat er een middelpunt in je is dat dit ziet. Je bent dit waarin dit plaatsvindt. V. Waar ik wil wezen, daar ben ik al, maar ik heb het niet helder, ik zie het niet. V. Ja, die heb ik teveel! V. Tja,... whatever. V. Langzamerhand wordt mij dat steeds helderder. V. Ik kan veel gedachten die 'binnen vallen' wel als onpersoonlijk ontmaskeren. V. Blijkbaar, tenminste daar lijkt het op. Als je nu vraagt, wat kom je hier halen? Ik kom hier meer instrumenten halen om... V. Om ze te herkennen voor wat ze zijn. Niet zozeer om er beter mee om te gaan. JK. Oké, mooi. Dat is dan een mooie gelegenheid om hier samen te verzinken in dit besef, in dit eindeloze stille besef. De stilte nodigt je voortdurend uit, om te zien dat het niet ergens daar ligt. Je bent de stilte, nu, hier. De stilte in deze kamer is niet iets dat apart van je staat, net zo min als de geluiden die je hoort [op de achtergrond is het geluid van een meerkoet te horen], nooit buiten je zijn. Er zijn van die mooie zenboeddhistische tekeningen waarop je natuurlijke staat wordt voorgesteld als de stille oppervlakte van water. De kikker die daar in plonst is de manifestatie, allemaal kringen... Maar die kringen ebben langzaam weg en dan is daar weer dat strakke oppervlak van het water. Dit is een mooie metafoor voor de roerloosheid van je wezen. Daar kun je perverse gedachten in hebben, of hele schone gedachten. Dat wat je bent wordt nooit verstoord door welke gedachte dan ook. In dit onmiskenbaar eenvoudige zien, ben je er niet meer op uit om jezelf te veranderen of te verbeteren, doodeenvoudig, omdat er niemand is.
|